Een hond uit het asiel

Sinds driekwart jaar woont een hond bij mij die vijf jaar in een asiel in Bosniƫ heeft gezeten. In haar gegevens stond dat ze ongeveer vijf jaar was, dat ze onzeker was, dat ze beter niet bij kleine kinderen kon gaan wonen en dat ze niet alle mannen leuk vindt. Het was duidelijk dat ze veel tijd nodig zou hebben om te wennen aan een wereld die voor haar onbekend was.

Eerst praten met de hond

Voordat ik haar ga ontmoeten, wil ik met haar praten. Ik wil haar verhaal over haar leven horen. Het contact komt niet makkelijk tot stand, ze heeft iets stuurs over zich.

Ik begin bij haar geboorte en zie een nest met meerdere pups in een omgeving met beton en hout. Het is er rustig, de moeder zorgt goed voor haar pups. Als jonge puber gaat ze op onderzoek uit, steeds verder weg van haar nest; een natuurlijk gang van zaken.

In die tijd heeft iemand haar opgepakt en naar het asiel gebracht. Het is geen nare ervaring voor haar. Ook van al die jaren in het asiel heeft ze geen trauma opgelopen. Ze zat er samen met haar maatje in een kennel, overleefde en wist niet beter.

Kiest de hond ook voor mij?

De reis naar Nederland vindt ze spannend. Ze wordt samen met haar maatje in een asiel in Bruchem geplaatst. Al na enkele dagen wordt haar maatje geadopteerd en zij gaat naar een gastgezin.

Als ik haar vraag of ze mij wil leren kennen, reageert ze neutraal. Dan vraag ik haar of ze bij mij wil komen wonen. Ook op deze vraag geeft ze geen duidelijk reactie. Ik vertel haar dat we elkaar morgen gaan ontmoeten en dat ik goed zal kijken of er een klik is tussen ons.

Het contact tussen ons is er al

Wanneer ik de volgende dag bij het gastgezin aankom, is ze in de achtertuin. Vanuit de woonkamer observeer ik haar. Mijn gevoelens zijn duidelijk; dit is ze. Buiten maak ik kennis met haar. Ze bekijkt me even van een afstand en komt dan naar me toe. Dat doet ze een aantal keren totdat ze naast me gaat zitten en haar neus onder mijn hand duwt voor een aai. We voelen allebei dat we al contact met elkaar hebben gehad.

Wat voor de hond en mij al duidelijk is, wordt door de mensen van het gastgezin bevestigd: ze heeft tot nu toe tegen iedereen geblaft en is op een veilige afstand van ze gebleven. Ik heb haar niet gevraagd of ze bij mij wilde komen wonen. Dat was inmiddels een overbodige vraag.